Ontmoet Lesja van Hoof
Lesja van Hoof is in 2023 afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam als kunstenaar met een specialisatie in keramiek in vervolg op de opleiding Creatief Vakman Keramiek Sint Lucas te Boxtel. Lesja woont en werkt in Tilburg en neemt deel aan de vijfde editie van Inversie die start in september 2025 en duurt tot en met september 2026.
Hoe zou je je praktijk willen omschrijven en welk thema komt vaak terug in je werk?
De kern van mijn praktijk is het materiaal klei, en vanuit het gedachtegoed van keramiek maak ik mijn werk. Ik sta wel open voor ander materiaal, maar ik val toch altijd weer terug op de klei en de keramiek. Dat is al sinds mijn afstuderen; mijn werkwijze is nog hetzelfde al heb ik wel een andere ontwikkeling doorgemaakt. Hoe ik mezelf moet noemen is een vraag die ik me al heel lang stel. Er is mij verteld dat als die vraag komt ik altijd moet antwoorden dat ik kunstenaar ben, maar daar ben ik het niet mee eens: ik ben keramist in hart en nieren. Ik maak sculpturen, maar het gaat mij ook om de techniek en ik deel mijn kennis ook met andere kunstenaars als assistent. Thema’s? Het is meer een drang – die komt en gaat – om met klei te werken. Als die er niet is, dan maak ik functionele keramiek, en als die er wel is dan ontstaan er abstracte werken in de zin van iets dat niet herkenbaar is.
Was er een speciaal moment of een reden dat je inspireerde om kunstenaar te worden?
Dat ging sluimerend, er was wel een soort van moment, maar geen radicale beslissing. Zo wist ik toen ik bijna klaar was met mijn opleiding bij St. Lucas te Boxtel al dat ik verder wilde met de keramiek. Ik heb toen stage gelopen bij het Europees Keramisch Werkcentrum in Oisterwijk, en daar heb ik veel van geleerd. Ik wilde in die omgeving blijven, en de enige manier was om dat te doen was via de Rietveldacademie in Amsterdam. Er zijn wel meer academies met keramiekwerkplaatsen, maar die hebben geen speciale afdeling.
Qua sfeer kwam dit het dichtst bij het EKWC; het is internationaal dus uit je Nederlandse bubbel, en je hebt 24/7 toegang. Het was daar heerlijk en vrij van dat strikte en competitieve kader van St. Lucas. Het basisjaar kon ik overslaan, al denk ik dat het misschien toch wel goed was als ik het wel had gedaan, dat verbreed toch je blik.
Wat is de belangrijkste reden om aan Inversie mee te doen?
Een belangrijke reden is dat ik houd van een stimulans van buitenaf en dat er structuur is – ik ga heel lekker op het ritme dat Inversie mij biedt. Het is nu twee jaar na mijn afstuderen, ik werk veel alleen in eigen atelier. Terwijl ik nu wekelijks een dag onder beroepsgenoten ben; een fijne professionele omgeving. Dat is er anders ook wel, maar dan lever ik als assistent bij EKWC een dienst, dat is toch anders dan als kunstenaars onder elkaar.
Ik miste vooral het contact met Brabant, mijn voormalig studiegenoten zitten nog in Amsterdam en ik had behoefte aan meer connectie met de kunstsector hier. En in het programma is er ook aandacht voor de inhoud waar ik me in kan verbeteren. Het is ook een druk programma, maar toen ik begon wist ik ook nog niet dat ik voor drie dagen vast bij het EKWC zou gaan werken. Dat is nu wel pittig, echt volle bak.
Wat is er in jouw praktijk van belang waar je tegenaan loopt?
Waar ik echt moeite mee heb is de waarde te bepalen van mijn werk. Ik zou het liefst buiten het economische systeem willen blijven. Ik weet dan ook niet goed wat ik ervoor kan vragen, maar dat hoort er wel bij. Voor gebruikskeramiek zijn daar wel kaders voor. Daarom is het soms moeilijk om een helder toekomstbeeld voor mezelf in de kunst te zien, ik vraag me ook af of dat houdbaar is. Het is nog best vroeg in mijn praktijk, dus ik kan een aantal jaar zo doorgaan. Het is ook niet mijn doel om er rijk van te worden, maar de onzekerheid en onduidelijkheid vind ik wel lastig. Gelukkig heb ik wel de skills om geld te verdienen. Er zijn zoveel manieren en ik vind het allemaal leuk: mallen maken, gebruikskeramiek, assisteren, workshops geven, maar ik wil wel kunstenaar zijn.
Wat doe je het liefste, als je mag kiezen en nergens rekening mee hoeft te houden?
Dingen creëren en met klei bezig zijn, dus ook andere dingen dan alleen sculpturen maken. Gewoon lekker losgaan en spelen met klei, de vrijheid van het speelse. Er zijn zoveel redenen, maar vooral ook de vrijheid van het kunstenaarschap.
Onlangs had je een opening in Amsterdam Vriend van Bavink Gallery. Kun je daar meer over vertellen?
Het is een groepsexpositie waarvoor ik door de ‘minister van keramische zaken’ Koos Buster ben gevraagd om deel te nemen. Dat was midden in de – voor mij – superdrukke maand februari. Eigenlijk ging het niet, maar ik heb het goed kunnen bespreken met de galeriehouder, dus heb ik toch meegedaan. De expositie heet ‘The Ministry of Ceramic Affairs II’. Ook bij Koos Buster ligt zijn hart bij de keramiek en daarvoor nodigde hij kunstenaars uit die zich met keramiek bezig houden. In Nederland zijn er niet veel die exclusief en alleen maar daarmee bezig zijn, dat is vrij zeldzaam. Keramiek en kunst zijn een wereld apart, en daar hoort ook de gebruikskeramiek bij. Het is heel groot en tegelijkertijd heel niche.
Waar ben je op dit moment mee bezig?
Ik ben nu met kleine werkjes bezig – schetsjes – en met potten. Dat heb ik al heel lang uitgesteld en maak daar nu in het atelier veel mallen voor, ik heb er echt zin in om dat te doen. Ik ben dus wel bezig met keramiek, maar nog niet met een nieuwe sculptuur. Bij het volgende grote werk ga ik wel weer met 3D modelling werken, maar de schetsen maak ik van klei. Je ziet zo de verschillende stappen in het proces en dat vind ik ook belangrijk. Bij 3D modelling telt alleen het eindresultaat, terwijl de schetsen in klei ook werkjes zijn.
Wat zijn je plannen voor de verre toekomst?
Wat ik nu doe blijf ik altijd wel doen: sculpturen maken en af en toe een gebruiksvoorwerp. Ik blijf kleien en er van alles bij doen, maar ik wil ook een kunstenaarschap waarin ik financieel stappen kan zetten. Het werkt motiverender als het een duidelijke waarde heeft. Bij mij bepaalt de tijd de prijs, het aantal uur dat ik er ingestoken heb. Dat maakt het duur, maar dat is dan maar zo want anders verkoop ik het liever niet.
Mentor Sabina Timmermans over Lesja
Toen ik Lesja voor het eerst ontmoette spraken we over zijn beeldend werk, maar ook uitgebreid over zijn baan als adviseur bij het EKWC. Het viel mij meteen op dat zijn liefde en fascinatie voor de keramiek niet los te zien is van zijn beeldend werk waarin vakmanschap een grote rol speelt. Met veel gevoel voor materiaal onderzoekt hij de mogelijkheden van klei en maakt zich technieken eigen. Zijn werkmethode vraagt om tijd en geduld, en zijn perfectionisme is in zijn werk en houding terug te zien. Wat ik herken is zijn fascinatie voor het tactiele, voor huid en textuur. We werken allebei met organische vormen die vaak intuïtief tot stand komen.
We bespreken samen zijn werk om beter te begrijpen welke keuzes hij maakt in zijn proces en waarom. Soms is dat een oefening in woorden geven aan waar zijn werk over gaat. We zijn ook bezig met heel praktische zaken, zoals structuur en overzicht aanbrengen in een planning – iets waar werken met keramiek om vraagt, zeker in combinatie met andere werkzaamheden. Ik ben heel benieuwd naar de ontwikkeling van Lesja’s kunstenaarschap in combinatie met zijn vakmanschap, en hoe deze twee voor hem belangrijke aspecten elkaar kunnen voeden.
Tekst: Esther van Rosmalen
Beeld: Marcel de Buck