Ontmoet Sjors Smit

Sjors Smit is in 2021 afgestudeerd aan St. Joost School of Art & Design te Breda als autonoom beeldend kunstenaar. Sjors woont en werkt in Rotterdam en neemt deel aan de vijfde editie van Inversie die start in september 2025 en duurt tot en met juni 2026.

Hoe zou je je praktijk willen omschrijven? 

Eigenlijk is mijn praktijk een doorlopend onderzoek naar bouwkundige veranderingen en vergeten ruimtes. Mijn medium is installatie; ik heb niet het soort concentratie om rustig in mijn atelier te tekenen, maar worstel liever met structuren door te zoeken naar een compositie en dat te verbinden met objecten. Ik kom vaak uit op sculpturen, maar ik werk ook locatie specifiek waarbij ik bestaande architectuur zie als dragers van handelingen. Tijd is ook een belangrijk gegeven; er zitten vele lagen verstopt in een plek en dat probeer ik terug te spiegelen naar de beschouwer. Mijn afstudeerproject was de oorsprong hiervan, dat was vijf jaar geleden en een moeilijke tijd vanwege corona. De academie moedigde ons aan om alternatieven te zoeken in de vorm van residencies om zo toch werk te maken en aan het publiek te tonen. Ik koos voor mijn ouderlijk huis in Dordrecht, wat een belangrijk moment bleek te zijn. Dat huis is uit de veertiende eeuw en een sculptuur op zich.

Het dak bestaat deels uit een oude boot, vloeren zijn uitgehold en op sommige plekken zijn de deuren muren geworden omdat de indeling van het huis zo vaak is veranderd. Pas toen ik als maker het huis binnenstapte kon ik los komen van het sentiment dat aan je kleeft als je daar bent opgegroeid. Met bouwtekeningen, de fysieke geschiedenis en de verwondering die het gebouw gaf werd het een kunstwerk, een tentoonstelling en een interventie ineen en daarmee kwamen ook mijn fascinaties samen met mijn wensen in de kunst.

MarceldeBuck_Inversie_Sjors-0133

Was er een speciaal moment dat je inspireerde om kunstenaar te worden?

Dat was zeg maar de detectivecurse: het ligt voor je neus, maar je ziet het niet! Mijn ouders hebben beiden gestudeerd aan de kunstacademie, we hebben altijd gereisd, veel erfgoedlocaties gezien – mijn vader is gek op geschiedenis. Kunst en cultuur was er altijd wel, maar dat was niet gelijk mijn pad. Ik begon met een studie voor leraar geschiedenis en had het plan om daarna filosofie te gaan studeren. Alleen botste ik met de leerstructuur van die studie en merkte ik dat ik mijn eigen condities voor het leren wilde stellen. Ik besloot ermee te kappen en te kiezen voor de omgeving van de kunstacademie. Mijn ouders waren wel kritisch, maar voor mij viel juist het kwartje door dit conflict.

Wat zijn je verwachtingen bij Inversie en waarom is het een goed moment voor jou om hieraan mee te doen?

Ik ben sinds mijn afstuderen altijd bezig geweest. Van die vier jaar heb ik veel in mijn eentje op mijn atelier gezeten; al heb ik wel veel trajecten doorlopen, opdrachten gedaan en projecten gehad met tentoonstellingen. En nu ben ik een grote klus aan het afronden waarbij mijn werk in de openbare ruimte komt te staan. Dat was een intensief traject, en ik merk dat ik het experiment mis en het contact met het veld. Ik heb zin om dat deel van mijn praktijk weer – en vooral heel open – op te pakken en te ontwikkelen. Er is toch wel een soort angst dat ik vooral door de zakelijke houding die bij dit grote project nodig is transformeer tot een ander soort kunstenaar. Daarom heb ik me aangemeld en is het voor mij een perfect moment. De verwachting is dat ik informatie kan vergaren en weer kritisch de gegeven waardes kan bevragen. Ik kijk uit naar de verschillende onderdelen zoals de werkperiodes waar ik nu tijd voor heb. Ik wil investeren in het stukje professionaliseren en een brede praktijk opbouwen door terug te gaan naar de studiopraktijk en de structuur van het experiment.

Wat is er in jouw praktijk wel van belang, maar geen zin in hebt?

Ik vind het lastig om rekening te houden met het economische deel van de kunstwereld. Jezelf richten op je marktdeel zoals netwerk, zichtbaarheid en dan denk ik ook aan het zakelijke gedeelte zoals aanvragen schrijven en vooral veel vooruitplannen. Aan de ene kant is het leuk om dat te kunnen, maar ook lastig om te doen. Een docent zei ooit dat het kunstenaars vak erg verdeeld is: je bent aannemer, boekhouder, doet je promotie, et cetera, en dan is er nog een klein deel dat echt kunstenaar is. Ik kan dat allemaal, anders was ik geen kunstenaar, maar ik houd weinig tijd over voor de echt belangrijke dingen en dat brengt veel onrust met zich mee.

En wat doe je het liefste, als je mag kiezen en nergens rekening mee hoeft te houden. Waar kunnen we je dan aantreffen?

Ik ben dol op veldonderzoek, ik heb daar ook scanapparatuur voor en apparatuur om ter plekke malletjes te maken. Ik heb bijvoorbeeld heel veel ruïnes bezocht, en bij zulke plekken stel ik allerlei vragen om daar nog meer te ontdekken. Dat is fantastisch. Ik ben ook archieven gaan aanleggen van mijn onderzoekplekken en verzamelingen, wat ten grondslag ligt van wat ik verder ga maken. Dus als het kon zou ik veel reizen en verzamelen. Ik gebruik ook veel tools van de archeologie. Ik ben gefascineerd door de tijdlagen in de grond want wat is er meer fascinerend dan wat er zich onder onze voeten begeeft, zo’n magisch gegeven. Het gaat om het opgraven en proberen te duiden, maar het mysterie blijft. Ik denk dat een groot deel daarvan de onvolledigheid is en de speculaties.

MarceldeBuck_Inversie_Sjors-0116

Je had een crowdfunding actie bij Voordekunst lopen voor dat grote project met als naam Echo .. (bis) voor de gemeente Gennep. Kun je daar iets meer over vertellen?

Dat is mijn eerste project waarbij ik kunst voor de openbare ruimte maak. Samen met de adviescommissie van de gemeente Gennep is er gekozen om meer financiering te zoeken zodat er ook meerdere beelden gerealiseerd kunnen worden. Daar hebben we fondsen voor aangeschreven en de laatste 10% via deze crowdfunding. De ervaring hiermee is zowel positief als negatief want je moet wel over je trots heenstappen. Zo is er een video van mij gemaakt waarin ik in het kort over het project vertel en probeer ik vooral om mensen te overtuigen. Het kan voelen als bedelen, het kan ongemakkelijk zijn en dat je mensen over de drempel moet helpen, maar het wordt ook een soort visitekaartje. Het is niet alleen maar geld wat het oplevert, maar ook promotie. We hebben nu de laatste week afgesloten, een essentieel moment. Nu we het hebben gehaald start gelijk ook de productie. Alles is al helemaal klaar en opgebouwd, ik heb een goed en enthousiast netwerk opgebouwd die ook veel zin hebben om te beginnen. Aan die kant zit het ook helemaal goed. 

MarceldeBuck_Inversie_Sjors-0139

Waar ben je op dit moment mee bezig? 

Ondertussen ben ik ook bezig met het kleinere en kortere experiment, en dat wil ik duurzaam inrichten. Het Echo project is het staartje van mijn drang om grote werken te realiseren, maar nu ben ik grappig genoeg weer terug bij mijn eerdere uitgangspunt van het ouderlijk huis; een soort van point zero. Zo ben ik nu bezig met keramiek en het verwerven van kennis over het gieten. Ik heb zelfs een kleine gieterij in mijn atelier gebouwd. Ik maak nu ook figuratieve kleine beeldjes. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan een gemummificeerde kat, zoals die bij veel kerken zijn ingemetseld in een bepaalde periode. Hier vond ik iets vergelijksbaars, een dood muizennest dat er al heel lang lag. Het nest was een soort tijdscapsule met resten behangpapier en haren van vorige bewoners.

Daarmee ontstaat een soort van drang om toch een gezicht te geven aan een ruimte. Ook boetseren is iets waar ik heel rustig van wordt. Van het extreem geordende van de grote werken in de openbare ruimte naar het kleine ambachtelijke, dat is wat me nu bezig houdt.

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

Dat staat nu in lijn met het vorige; terugkerend naar het ambacht. Ik ben nu beheerster en stabieler, voorheen ben ik er vaak vluchtiger mee omgegaan en deed dat met meerdere media. Nu kan ik het ambacht als uitdaging onderdeel maken van mijn praktijk. Ik ben sinds een jaar onderdeel van Stichting De Loods in Schiedam, en zij zijn aan het uitbouwen met meer werkplaatsgelegenheid. Ik zie mezelf als iemand die daarin meegroeit, en heb nu ook de ruimte om dat te doen. Mijn plannen blijven wel de openbare ruimte opzoeken en ik denk dat ik doorga op de ingeslagen weg. In de verre toekomst zou ik zo’n grote werkplek als ik nu deel met anderen voor mezelf willen hebben met een goede gieterij, dat lijkt mij heel gaaf. Ik kijk ernaar uit om een plek te hebben om alles te maken wanneer ik wil, met alle gereedschappen die ik wil.

Mentor Ronald van der Meijs over Sjors

Bij onze eerste ontmoeting viel me zijn openheid en ondernemende karakter op. Aspecten die in zijn kunstenaarschap goed van pas zullen komen. Een overlap in ons beider werk is de ‘architectuur’ in al zijn verschijningsvormen en details. We kunnen de komende tijd zonder moeite over allerlei soorten onderzoek op dit gebied filosoferen. Sjors gebruikt bestaande of verweerde elementen uit de architectuur die grondig worden onderzocht en op een eigen wijze worden beargumenteerd en gerangschikt. Momenteel heeft hij vooral aandacht voor ruïnes, of anders gezegd het begrip ‘decay’. Verval is in mijn eigen werk ook sterk aanwezig als tijdselement. Kort gezegd, ik geloof dat ik veel interesses deel met Sjors.

Tekst: Esther van Rosmalen
Beeld: Marcel de Buck

Marcel de Buck_Inversie_intro-5583
en_GBEN