past editions

Inversie begeleidt talentvolle, jonge beeldend kunste­naars uit Brabant in de overgang van de academie naar een veelzijdige beroepspraktijk. Een jaar lang worden jonge kunstenaars, die hun werkveld buiten de reguliere kaders van de kunstwereld plaatsen, ondersteunt in hun artistieke ontwikkeling en ondernemerschap.

Inversie is een samenwerking tussen TAC (Temporary Art Centre), Kunstpodium T en Witte Rook. Daarnaast werkt Inversie samen met diverse experts uit het veld voor workshops, executive coaching, masterclasses en sessies.

2022 EDITION

Ahn Sung Hwan (1989) voert experimenten uit aan de hand van de vraag: “Hoe kan een individu definitie geven in de huidige maatschappij?” Hierbij laat hij voornamelijk de kwetsbaarheid van een individu zien zoals de massaconsumptie en digitale platforms. Ahn doet dit door een nieuwe strategie te ontwikkelen die verder gaat door lichamen te herschikken.

Vince Donders (1991) bekijkt als kunstenaar de wereld met een dystopische bril. Die blik wordt gevoed door de berichtgeving in het nieuws vandaag de dag dat niet bepaald positief is. Vince gaat uit van een toekomst waarin dit in zijn ergste vorm heeft uitgepakt.

Urša Prek (1993) is een interdisciplinair kunstenaar gevestigd in Eindhoven. Haar werk, variërend van beeldende kunst tot geluidsinstallaties, focust op het begrip ruimte. De manier waarop we ruimte waarnemen is een nieuwsgierigheid die Urša drijft om ruimtelijke ervaring opnieuw te evalueren in samenhang met (persoonlijke) geschiedenis en herinnering.

Sam Scheuermann (1994) is een interdisciplinaire performance-kunstenaar. Met haar werk, dat zich bevindt in het grijze gebied tussen theater en beeldende kunst, onderzoekt ze de performativiteit van de ruimte. Steeds weer vertrekkend vanuit de vraag ‘Wie ben ik in relatie tot mijn omgeving?’, analyseert ze fysieke en sociale ruimtes en constellaties.

Emmie Liebregts (1996) ziet het kunstenaarschap als een veranderlijke positie waarbinnen ruimte gemaakt wordt voor twijfel, een ander te ontmoeten en een poging te doen deze te begrijpen. Veel voorkomende onderwerpen zijn geborgenheid, de privé-sfeer, het ongemak en het vinden van een deelbaarheid van deze ervaringen.

Maja Irene Bolier (1988) is een interdisciplinaire kunstenaar die met veel verschillende media werkt; film, installatie, collage, schrijven en performance in zelfgemaakte kostuums. Hoewel haar werk in verschillende thema’s en mediums bestaat, is er iets altijd aanwezig, namelijk de 14,784 km tussen haar vorige leven en haar huidige.

Britte Koolen (1994) is geïnspireerd door de woorden van John Maeda: ‘‘When there is less, we appreciate everything much more’’. Haar werk bestaat uit minimalistische sculpturale installaties en wandsculpturen.

2021 EDITION

Het werk van Daniel Arthuus (1996) manifesteert zich in de ruimte tussen dat wat ons mens maakt en dat wat mensen denken te zijn. Om dit te onderzoeken werkt hij met analoge, fotografische processen en teksten om fictieve situaties te creëren. Hiervoor zet zijn alter ego David Hoack in, om te spelen met ethische vraagstukken over hoe we natuur zouden moeten gebruiken.

Maureen Jonker (1994) onderzoekt de relatie tussen het menselijk lichaam en diverse (organische) vormen. Door verschillende disciplines naast elkaar te plaatsen en uit hun context te halen, komen tweedimensionale en driedimensionale elementen samen. Hierdoor worden er illusionaire ruimtes gecreëerd die zij scenario’s noemt.

Debbie Schoone (1994) onderzoekt de invloed van de mens op het milieu en onze leefomgeving. Als onderzoekend beeldmaker gebruikt zij voornamelijk het medium fotografie en focust ze zich op aspecten binnen grote maatschappelijke thema’s. Haar fascinatie voor innovatie brengt Debbie op plekken waar men normaliter geen toegang tot krijgt.

Hemaseh Manawi Rad (1995) probeert het tussengebied tussen twee culturen te omarmen als een volwaardige cultuur. Haar werk balanceert tussen midden oosterse en westerse thematieken. Haar Perzische roots hebben een grote invloed op haar keuze voor materiaal en vorm. Hemaseh onderzoekt daarom de vraag: In hoeverre is cultuur voorgeprogrammeerd?

Roos Vogels (1992) manifesteert zich als autonoom beeldend kunstenaar met een interesse voor natuur, authentiek materiaal en ambacht. In haar werk – wat vaak bestaat uit tijdelijke installaties, sculpturen, schilderijen en foto’s – spreekt ze een duidelijk verlangen uit de natuur te kunnen benaderen.

Floor Snels (1997) verdiept zich in sociale verhoudingen binnen structuren en organisaties. In haar werk onderzoekt ze hiërarchieën waar ze op reageert met een vorm die iets zegt over de situatie waarin het zich begeeft. Floor’s werk is gesitueerd, op onderzoek gebaseerd en vrijwel altijd interactief.

en_GBEN