Ontmoet Roeland Rooijakkers
Roeland Rooijakkers is in 2023 afgestudeerd aan St. Joost School of Art & Design te Breda als autonoom beeldend kunstenaar. Roeland woont en werkt in Rotterdam en neemt deel aan de vijfde editie van Inversie die start in september 2025 en duurt tot en met juni 2026.
Hoe zou je je praktijk willen omschrijven en welk thema komt terug in je werk?
In de kern is het een onderzoekende praktijk waarbij ik materialen uit de natuur verzamel. Het is een bijna wetenschappelijke manier van werken, waarbij ik ook onderzoek waar het vandaan komt, maar daarin ben ik wel zo eigenwijs dat ik het op mijn eigen manier doe.
Ik vertrek dan ook nooit vanuit de vraag: wat ik zal maken? Maar vanuit het materiaal dat ik wil omschrijven als ‘more than human’ om de natuur ook een stem te geven. In onze westerse manier van leven worden zulke natuurlijke materialen vaak ondergewaardeerd en gezien als ‘groen’ afval. Wij willen alles categoriseren, maar daarmee ga je voorbij aan het mysterie, en dat is de essentie waar mijn werk over gaat; de verwondering over de dingen die ook leven.
Was er een speciaal moment of iemand die je inspireerde om kunstenaar te worden?
Dat is een leuke anekdote. Tot ik mij aanmeldde bij de kunstacademie had ik nooit gedacht dat ik kunstenaar wilde worden. Ik had wel op het atheneum het keuzevak tekenen, maar dat was omdat het leuker is dan nog meer wiskunde. Na mijn afstuderen ging ik op reis naar Zuid Oost Azië. Ik was 18 en voelde me volwassen genoeg om een half jaar weg te gaan. Omdat er ook momenten zijn van nietsdoen had ik een schetsboekje meegenomen. Toen ik in Maleisië mijn schetsen aan iemand liet zien vond ze dat ik er iets mee moest doen. Het idee was dat ik biologie zou gaan studeren, de natuur heeft altijd al mijn interesse gewekt, maar door haar kwam ik tot inzicht dat mijn idee van biologie best romantisch was en dat ik liever mijn tijd anders wil besteden. Net zoals ik bij het reizen interessante mensen leerde kennen is dat ook zo in de kunst. Zonder introductiedagen te kunnen bezoeken heb ik de toelatingsopdracht nog gemaakt tijdens de reis, in een keramiekwerkplaats waar niemand me kon verstaan.
Vervolgens ben ik aangenomen en heb nooit spijt van deze keuze gehad.
Eigenlijk waren het twee personen die me in deze richting hebben gestuurd. Ik was in het begin helemaal niet tevreden met mijn tekeningen en wilde bijna stoppen, maar de aanmoediging ‘art begins where control ends’ hebben me geholpen. Vreemd genoeg teken ik nu niet meer.
Wat zijn je verwachtingen bij Inversie en wat is het belangrijkste voor jou om hieraan mee te doen?
Ik had via collega’s hierover gehoord. Mijn voornaamste reden was dat ik klaar ben voor een langdurig project met meer stroomlijn én meer inhoudelijke verdieping. Wat ik eruit haal is het inzicht hoe het kunstenaarschap een langer traject is dan je aanneemt als je op de academie zit. Daar kom je ieder jaar een stapje verder, maar in werkelijkheid is het helemaal niet zo lineair, soms moet je zelfs een stapje terug zetten. Dat te weten is waardevol en geeft rust want na de academie voel je juist dat je het nu moet doen, anders is het momentum voorbij. Ik heb geleerd dat het een marathon is en geen sprint, en dat helpt me bij het verbeteren van mijn werkwijze waarin mijn onderzoeksprocessen soms traag zijn.
Wat in jouw praktijk is iets wat je lastig vind?
Niet iets specifieks, maar ergens wel het bewust zijn van een bepaald soort bestaansonzekerheid. Het inkomen is niet stabiel en dat is lastig. Er zijn wel veel regelingen, maar dat betekent ook veel werk in iets steken waarvan je niet weet of het iets oplevert. Ook het competitieve is niet makkelijk. Je moet de ander ook continu overtuigen van je kwaliteiten en dat kan soms slopend zijn. In ruil daarvoor krijg je wel veel vrijheden, wat je doet, hoe en wanneer.
Wat doe je het liefste, als je mag kiezen en nergens rekening mee hoeft te houden. Waar kunnen we je dan aantreffen?
Kunstenaars zijn hele leuke mensen, alles wat met cultuur te maken heeft is leuk en een verrassing. Met leuk bedoel ik diepgaand en betekenis geven. De community, de verhalen, de ervaring, dat gaat over het leven. Misschien is dat ergens anders ook zo, dat weet ik niet. Maar het allerliefste zou ik elk mogelijk moment dansen, dan ben ik het meest gelukkig. Ik ging voorheen naar ‘ecstatic dance’ een soort meditatie met muziek en een DJ. Er zijn drie regels: sober, blote voeten en niet praten. Het is een soort uitlaatklep, niets om iets professioneels mee te doen. Dit is wat ik zelf nodig heb en is mijn antwoord op alles, en het liefst met mensen die ook helemaal losgaan. Ik denk dat het de mens eigen is om te dansen, beweging maakt deel uit van een primaire levensbehoefte, maar zomaar dansen is toch raar.
Recent had je met Inversie een werkperiode bij KunstpodiumT in Tilburg, wat heb je daar gedaan?
Dat was een snelkookpanmoment om nieuw werk te maken en een idee gewoon uit te voeren. Niet dat het gelijk een heel helder idee was. Ik ben daar in de omgeving bladeren gaan verzamelen en besloot er een mensfiguur van te maken. Dat bracht een stukje bevrijding in mijn materiaalvoering. Daarvoor was ik heel puristisch, en gebruikte geen door de mens gemaakte materialen, maar alleen wat ik zelf vind en wat natuurlijk is. Dat was toen heel goed voor mijn focus, maar dat is nu niet meer noodzakelijk. Dus heb ik hier kippengaas gekocht om die bladermensjes te maken. Dat ging eigenlijk heel soepel en niet zoals anders dat het zes keer mis gaat. Daarmee komt meer rust in mijn manier van werken en heb ik een nieuwe stap gezet. Dit zijn zo van die momenten dat alles samenkomt.
Waar ben je op dit moment mee bezig?
Met een subsidieaanvraag in de regeling Impuls en Verdieping van het CBK Rotterdam. Ik wil het specifiek gebruiken om papier te maken van bladeren. Ik heb heel veel soorten bladeren verzameld, en die ik wil verwerken tot papier. Ik heb het eerder gedaan, maar toen niet opgeschreven wat ik deed want ik dacht dat ik het wel zou onthouden. Nu ga ik dat wel doen om zo een receptenboek te schrijven, en dat wil ik doen tijdens de werkperiode bij Witte Rook in de StadsGalerij. Ik ben ook bezig voor de publicatie van Inversie omdat ik die het liefst af zou drukken op eigen papier en met mijn eigen inkt die ik maak van krijtpoeder en zetmeel. In plaats van zwart op wit zal de print wit op bruin zijn.
Wat zijn je plannen voor de verre toekomst, of die over een jaar?
Ik zou graag een busje willen hebben om tijdelijk in te wonen en zo rond te reizen. Ik dacht eerst om daar permanent in te gaan wonen, maar ik heb te veel spullen en nog geen rijbewijs dus dat is iets om van te dromen. Op de korte termijn wil ik weer gaan studeren, een verkorte bachelor als docent beeldende kunst, vanwege die bestaansonzekerheid. Als docent heb ik meer mogelijkheden om in mijn levensonderhoud te voorzien en in mijn kunstenaarschap te investeren. Als er veel onzekerheid is zoals nu, dan is het sowieso lastig om goed in te zetten op het ontwikkelen van je praktijk. Ik moest wel door mijn eigen ego heen prikken: geef ik het nu op? Maar ik denk dat het juist duurzaam is, en ik wil ook graag mijn fascinatie delen.
Mentor Femke Herregraven over Roeland
Roeland is open en expressief, en in zijn werk is hij op zoek naar balans en harmonie. Ik stimuleer hem daarom om ook frictie op te zoeken zodat zijn werk een eigen kracht en stem vind. Samen kijken we hoe zijn materiële experimenten ook zijn conceptuele kader kunnen verrijken en verdiepen. De uitdaging voor Roeland is om niet te snel over te stappen naar nieuwe dingen wanneer het niet meteen de “gewenste” uitkomst geeft. Ik verwacht dat zijn nieuwe experimenten om zijn eigen natuurlijke plastic (van zetmeel) te maken gaan bijdragen aan het beoefenen van geduld. Ze brengen een bepaalde speelsheid en onvoorspelbaarheid in zijn werkproces die hem – denk ik – vrijer zullen maken in zijn maak- en denkproces. Het is een oefening in controle loslaten waarbij het kunstwerk niet alleen een logische uitkomst is, maar ook een bron van reflectie voor de maker.
In mijn eigen werk kijk ik ook naar natuurlijke dynamieken, ritmes, en cyclussen en wat voor invloed deze hebben op onze ervaring van de realiteit. Terwijl Roeland zich constant bevraagt over zijn positie ten opzichte van het “natuurlijke”, start mijn praktijk met het vraagstuk dat onze beleving van de natuur bijna altijd gemedieerd is en daarmee in zekere zin kunstmatig.
Tekst: Esther van Rosmalen
Beeld: Marcel de Buck