Ontmoet Niels Roest

Marcel de Buck_Iversie_niels-9573 liggend

Ontmoet Niels Roest

‘Ik denk ook dat het over tijd gaat. Het concept van tijd in de fotografie en dat zoveel mogelijk in dit medium uitrekken.’

Niels Roest is in 2021 afgestudeerd aan de beeldende kunst van St. Joost School of Art & Design in Breda. Niels heeft zijn studio in Rotterdam en neemt deel aan de derde editie van Inversie die start in maart en duurt tot en met december 2023.

Wat is je praktijk en welk thema komt terug in je werk?

Ik zou mijn praktijk vooral willen omschrijven als een onderzoek naar het fotografisch medium en daarbinnen zie ik mezelf meer als kunstenaar dan fotograaf. Fotografie is een medium waarmee je beeld vastlegt, echter het beste resultaat is niet mijn doel. Ik hoop mislukking te creëren door niet alleen met, maar ook tegen het medium in te werken. Ik streef naar fotografie die niets afbeeldt. Waar dan de camera op te richten? Ik ben me er (helaas) van bewust dat dit noodzakelijk is. Ik houd van wandelen, dus vooral de vreemde perkjes langs de weg zijn slachtoffer geworden omdat ik mijn camera ergens op moet richten.
Ik denk ook dat het over tijd gaat. Het concept van tijd in de fotografie en dat zoveel mogelijk in dit medium uitrekken. Iedereen kan digitaal foto’s maken en tijd is daarin geen factor meer. Daarom werk ik ook met pinhole camera’s om zo de tijd te moeten nemen en te werken voor een foto. Het gaat eigenlijk om het gehele proces tot aan het maken van de foto zelf. Het resultaat is het bewijs dat het proces heeft plaatsgevonden. En wat dat laat zien, dat is wat het is.

Was er een speciaal moment dat je inspireerde om kunstenaar te worden?

Ik denk dat het een verzameling was van momenten. Op de middelbare school had ik al belangstelling voor kunst maar mijn omgeving drong aan op meer zekerheid. Ik heb MBO grafisch gedaan om die basis te hebben, maar werd in mijn tienerjaren neerslachtig en had last van depressies en besloot dat ik in mijn leven verder wilde met kunst. En dat is nog steeds zo.

Wat zijn je verwachtingen bij Inversie en wat was de belangrijkste reden om hieraan mee te doen?

Ik ben struikelend afgestudeerd tijdens de Coronaperiode. Na de academie wist ik nog niet wat ik precies wilde omdat de vorm er nog niet helemaal was. Ik heb daarom eerst aan het Apprentice Master programma deelgenomen van Kunstpodium T en me vervolgens aangemeld bij Inversie. Een van mijn struikelblokken is dat ik heel kritisch ben op mijn eigen werk en dat is lastig in mijn makerschap. Ik kan als iets verwerpen voordat ik het heb gemaakt, dus wat ik nodig heb is het ontwikkelen van besluitvaardigheid en het werken met een focus. Dat was indertijd ook een strijd op de academie – die dualiteit in je hoofd – altijd kritisch, maar wel met heel veel motivatie om te maken. De manier om daarmee om te gaan heb ik nu gevonden in de fotografie. Dat gebruikte ik toen ook, al was het meer een hulpmiddel, en werkte ik tijdens mijn studie met andere media zoals film en installatie.

Wat is in het kunstenaars vak van belang waar je helemaal geen zin in hebt?

Geld verdienen ofwel het moeten ondernemen. Het is een typisch cliché in de kunst dat je het liefste bezig bent met je eigen werk en het maken zelf, het geld verdienen is bijzaak. Dat komt ook omdat ik het lastig vind en nog moet groeien in mijn ervaring, vooral nog het navigeren waar mijn kunst zijn plek vindt in de kunstwereld. Mijn werk is het resultaat van onderzoek, maar ik weet niet wat ervan verkoopbaar is. Ik heb veel gesprekken met mijn mentor gevoerd waar mijn publiek te vinden is zodat ik me daarop kan richten voor verkoop. Daar ben ik nu deels achter, ik weet nu wat ik doe heel erg fotografie inclusief is en dat merk ik aan het publiek. Publiek dat meer van fotografie weet wil graag praten over de techniek, en met niet fotografisch ingesteld publiek heb ik heel andere gesprekken.

Als je mag kiezen en nergens rekening mee hoeft te houden, waar kunnen we je dan aantreffen?

Het liefste ben ik buiten aan het wandelen. Dat is het hele korte antwoord. Ik voel me geïnspireerd door Landart kunstenaars die van A naar B wandelen en dat onderdeel van hun werk maken. In het verleden heb ik ook zulke experimenten nagedaan zoals die van Guy Debord en dat heeft heel erg mijn interesse in het wandelen aangewakkerd. Wat grappig is dat als ik samen met mijn vriendin wandel ik dit heel anders ervaar dan zij. Ik zie altijd beeld omdat ik mijn fotografisch oog niet kan uitzetten, terwijl zij gewoon wandelt en genoeg voldoening haalt uit de wandeling zelf.

Waar hebben we je afgelopen tijd kunnen tegenkomen?

De afgelopen maand november heb ik deelgenomen aan de Interdisciplinaire maakdagen van de Talenthub in de Kruisruimte. Heel fijn om deze te kunnen gebruiken als een pauze, het voelde bijna als vakantie. Onbewust hield ik me bezig met mijn praktijk, maar niet met het maken zelf. Dat gaf gezonde nieuwe prikkels, ook omdat je nieuwe mensen ontmoet die zich met andere disciplines bezighouden. Ik heb veel gesprekken gevoerd waaruit nieuwe vragen voortkwamen.

Een van die vragen is dat ik vooral bezig ben met de camera, en niet met beeld dus waarom is dat voor mij geen noodzaak? Het is natuurlijk een noodzakelijk kwaad dat een camera bedoeld is voor een weergave, daar staat tegenover dat ik geen zorg heb over wat ik afbeeld. Het maken van een fotografische opname is bijna een performatieve handeling: het indrukken van een knopje. Dat gegeven heb ik verder onderzocht tijdens deze werkperiode. Al is performatief een lastige term voor mij. Bij performance denk ik aan extravagantie en spektakel terwijl ik een bescheiden en introvert persoon ben

Waar ben je op dit moment mee bezig?

In mijn atelier met het bouwen van camera’s. Ik sloop bestaande camera’s en bouw ze weer op. Ik wil alles over de analoge fotografie leren en zelf de foto’s ontwikkelen. Dat begon al toen de antieke camera’s in beeld kwamen en ik het mezelf al moeilijker maakte. Ze hebben nul functies dus het kost veel meer kennis en moeite om daar toch een goede foto mee te maken. Daarop volgde de deconstructie en haal ik bijna alles weg zodat alleen de kast overblijft die ik gebruik als pinhole camera. Het is letterlijk een doosje met een gaatje erin, een soort object waarmee je foto’s kunt maken op een specifieke manier.
Waar ik heden vooral benieuwd naar ben is om deze pinhole camera’s te richten op de onderwerpen waar ik eerder foto’s van heb gemaakt met een gewone camera. Dat gaat hoe dan ook een ander beeld geven als je daar heel lang moet blijven staan in plaats van een fractie van een seconde.

Wat zijn je plannen voor de verre toekomst, of die over een jaar?

Ik zou heel graag willen werken met een ouderwetse plaatcamera. Dat is heel complex en gaat ook over chemie en dat is een nieuwe uitdaging want dat kan ook schadelijk zijn. Al is het een magisch moment dat het beeld verschijnt als je het in de ontwikkelvloeistof legt. Het mooie van zo’n camera is dat je je hoofd onder een doek steekt en dan even afgezonderd bent van alles en dan zie je ook nog de wereld op zijn kop. Zo werken die camera’s nu eenmaal.
Voor de verre toekomst… ik zou meer en uitgebreider willen wandelen en daar ook verre reizen voor willen maken. De bergen beklimmen en de uitgestrekte wouden in. Voor nu wil ik me vooral focussen op het beheersen van de techniek in de fotografie en het ontwikkelen van mijn makerschap; gewoon nog lekker een jaartje op mijn eigen tempo werken en werk te genereren zonder alles wat er omheen moet.

Marcel de Buck_Iversie_niels-9471
Mentor David Maroto over Niels

Niels streeft ernaar om de vanzelfsprekendheid waarmee we dagelijks omgaan met fotografische beelden te doorbreken. Zijn artistieke methode bestaat uit het vertragen van de productie van beeld door het proces op verschillende manieren te onderbreken en tegelijkertijd zichtbaar te maken voor het publiek. Wat ik buitengewoon fascinerend vind is hoe hij gebruikmaakt van handgemaakte oplossingen en direct ingrijpt waarmee de camera, de lens, de film of het papier fungeren als fysieke elementen die kunnen worden veranderd. Hiermee brengt hij fotografie in een ondefinieerbaar gebied, waar het dichter bij sculptuur en installatie komt. Binnen Inversie bestond zijn doel uit het ontwikkelen van een gereedschapskist van creatieve oplossingen en deze vervolgens tentoon te stellen tijdens de verschillende presentatiemomenten die het programma bood. Deze werkmethode stelt zijn praktijk in staat om in contact te komen met zijn eigen publiek, wat op zijn beurt zijn toekomstige carrièrestappen zal bepalen.

Tekst: Esther van Rosmalen
Beeld: Marcel de Buck

Marcel de Buck_Iversie_niels-9496 bewerkt
en_GBEN